Wijsheid in het sprookje Hans en Grietje – symboliek en muziek in de opera ‘Hänsel und Gretel’ van E. Humperdinck

‘De avondzegen’ is het beroemdste gedeelte in de opera ‘Hänsel und Gretel’ uit 1893. Hieronder klinkt een instrumentale bewerking. De melodie en de bijbehorende tekst stammen uit de middeleeuwen en is in kundig gebruikt door de Duitse componist Engelbert Humperdinck (1854-1921). De opera opent en eindigt met deze muziek, en keert binnen de opera ook een aantal keer terug. De melodielijnen zijn heel licht en verstild, waardoor ze ook religieus aanvoelen. Waarschijnlijk is deze muziek niet voor niets gebruikt. Hans en Grietje is niet zomaar een (spannend) verhaal. Het vertelt iets over ons leven. Het raakt onze ziel. Van 30 september t/m 5 november 2022 trekt De Nederlandse Reisopera langs tien schouwburgen in Nederland om de opera ‘Hänsel und Gretel’ uit te voeren.

Symboliek van het verhaal Hans en Grietje

Hans en Grietje wonen met hun vader en stiefmoeder in een hut. Deze hut kan gezien worden als het (hemels) tehuis, waar vader God woont en hertrouwd is met stiefmoeder Aarde. Door de stiefmoeder wordt de mensenziel (Hans en Grietje) in het woud ( de wereld) gestuurd om ervaring op te doen. Hans strooit steentjes en of broodkruimeltjes (die worden opgegeten), waardoor ze de herinnering en kennis van hun oorspronkelijke taak (bijna) vergeten.

Hans en Grietje vertegenwoordigen het mannelijke en vrouwelijke aspect van de mensenziel die in nauwe samenwerking naar hun vaderhuis kunnen terugkeren. Wanneer ze het snoephuisje ontdekken, komen ze in aanraking met de stoffelijke wereld, de dialectiek. Het vriendelijke vrouwtje, die aan alle aardse wensen en verlangens kan voldoen, blijkt later dé beproeving te zijn. Zij verandert in een heks. De waan van deze wereld moet verdwijnen. De heks moet omkomen in haar eigen vuur.

Wanneer dat is gelukt vinden Hans en Grietje edelstenen in het heksenhutje. Daarna worden ze verwelkomd door hun vader. De stiefmoeder is overleden. De rijkdom waarin ze nu kunnen leven staat voor de mensenziel die kan opgaan in de geest. De reis van de mensenziel is volbracht.

Het mannelijke en het vrouwelijke in Hans en Grietje

In dit sprookje gaan Hans en Grietje (de mensenziel) samen op pad. Dit kunnen we zien als de samenwerking van het hoofd en het hart van de mens. Het mannelijke aspect (het hoofd) is de kenner van de goddelijke wijsheid. Het vrouwelijke aspect (het hart) is bewuste vrijmaking van de ziel, op basis van de universele liefdewet.

Met deze kennis wordt duidelijk waarom Hans zich laat vetmesten door de heks. Grietje beschermt hem (in liefde beschermt zij de kenner van het godsplan) door hem een stokje te geven dat de heks voelt, wanneer ze controleert of hij al dikker is geworden. En het is Grietje die de heks in de oven gooit, waardoor Hans wordt bevrijd en het godsplan zich kan ontvouwen.

Catharose de Petri schrijft in haar boek Het levende Woord in hoofdstuk 46 over
de roeping van de vrouw:

‘Waar de beide stralingen van onze levensgolf, de mannelijke en de vrouwelijke pool, verenigd zijn in Gods alopenbaring, om het heilige vuur der zuiverste intelligentie te ontsteken en te doen stralen, daar viert Eva haar grote moederschap. Zij beschermt het heilige vuur voor alle aanslagen door haar liefde-offer. Aldus wordt zij priesteres van het heilige vuur. Zo arbeidt het vrouwelijke aanzicht van de zielmens in het Koninkrijk der Hemelen. Zo draagt zij de wereld, de wereldorde, de wereldgang.

Het mannelijke aanzicht van de zielemens is de gehoorzame, daar hij de weter is, de kenner van het plan Gods. Hij weet dat zijn dynamiek, zijn hogere wil, de basissleutel vormt waarmee en waardoor de onuitsprekelijke al-liefde ontsloten kan worden en waardoor zij dus tot openbaring kan komen.’

‘Wat is dus de grootste roeping van de vrouw die het vrijmakende pad wil gaan? Haar roeping is: bewuste vrijmaking van de hemelse ziel, op basis van de universele liefdewet.’

‘Zonder de priesteres in het proces-van opgang
geen oogst van vrijgemaakte zielen.’

BESTEL HET LEVENDE WOORD

De componist die Hans en Grietje op muziek zette

Hans en Grietje is op muziek gezet door Engelbert Humperdinck (1854 – 1921) en ging in première onder leiding van Richard Strauss op 23 december 1893. Daarom wordt deze opera in vele landen vaak uitgevoerd als familievoorstelling in de de kerstperiode. Maar zo was het waarschijnlijk niet bedoeld.

Humperdinck en vele andere (Duitse) componisten hadden aan het einde van de 19de eeuw het grote probleem dat de componist Richard Wagner (1813 -1883) de (romantische) opera zo groots had opgezet qua muziek, tijdsduur (Der Ring des Nibelungen duurt ongeveer 16 uur!) en theatrale uitvoering in zijn eigen theater in Bayreuth. Als onbetwist hoogtepunt is zijn laatste opera Parsifal (1882), waar Humperdinck zelf Wagner bij heeft geassisteerd. Een vervolg in de overtreffende trap was niet meer mogelijk. Het kon alleen nog maar kleiner en eenvoudiger.

De enige die dit met succes gedaan heeft was E. Humperdinck. Wagner gebruikte als basis voor zijn opera’s grote Europese mythen en verhalen. Humperdinck koos voor (de kortere) sprookjes. Hij heeft er meerdere op muziek gezet. Hans en Grietje is de enige die vandaag de dag nog bekend is. Minder vaak wordt Königskinder uitgevoerd.

De keuze om alleen sprookjes op muziek te zetten geeft aan dat de componist het besef moet hebben gehad dat de door Wagner gekozen verhalen en mythen een diepere betekenis bevatte en dit op grootse wijze te hebben willen overdragen aan de mensheid.

Humperdinck wilde geen opvolger van Wagner zijn. Maar hij verinnerlijkte diens muzikale theorieën en pastte deze toe op zijn eigen kleine gebied. In eerste instantie was dat letterlijk de huiskamer van zijn zus! Humperdinck wist met behulp van volks- en kinderliedjes zijn Hans en Grietje op een fijnzinnige manier op muziek te zetten. Zijn muziek klinkt veel minder gecompliceerd dan die van Wagner, de melodieën zijn makkelijker herkenbaar en het geheel voelt veel meer onbevangen. Toch zou de muziek van Hans en Grietje, zonder de voorgeschiedenis van Wagner, ondenkbaar zijn geweest.

BEKIJK EEN UITVOERING VAN DE OPERA HÄNSEL UND GRETEL OP YOUTUBE

Wie de bovenstaande uitvoering van de Sächsische Staatskapelle Dresden vanuit de Semperoper op het Youtube-kanaal van EuroArts bekijkt, zal waarschijnlijk een aantal zaken opvallen. De figuren Hans en Grietje worden gezongen door twee vrouwen. Dat heeft met ons huidige gender-vraagstuk niets te maken. Hans en Grietje zijn kinderen en omdat te benadrukken heeft de componist gekozen voor twee hoge stemmen. Door de techniek van het componeren kunnen deze stemmen niet zomaar veranderd worden door bijvoorbeeld één lagere stem. Grappig genoeg kan dat wel bij de rol van de heks. Deze kan zowel door een vrouw als een man gezongen worden. Van deze mogelijkheid wordt dan ook veel gebruik gemaakt. Zo ook in de nu lopende productie van de Nederlandse Reisopera.

Bij een (opera) uitvoering speelt de regisseur een zeer belangrijke rol. Hij of zij bepaalt met welke visie het verhaal wordt neergezet en uitgebeeld. In de op deze site geplaatste uitvoering is de heks eerst een heel mooie vrouw, met lang golvend haar. Langzamerhand verandert zij op het podium in een monster. Hier zien we de waan en de verleidingen van de dialectiek. Maar ook de tweeledigheid. Wat eerst zo mooi leek, wordt een verschrikking. Wanneer de heks in de oven verdwijnt moeten Hans en Grietje eerst nog hun schaduw onder ogen zien, waarna ze daar definitief afscheid van kunnen nemen. Daarna volgt de bevrijding.

Het Libretto van Hans en Grietje

Het is bekend dat sprookjes eeuwenlang (mondeling) zijn overgedragen. Doordat ieder mens de verhalen anders verstaat, bestaan er inmiddels vele versies van hetzelfde sprookje.

De zus van de componist E. Humperdinck, schrijfster Adelheid Witte, heeft Hans en Grietje bewerkt tot een libretto. Ook zij heeft haar invulling aan het verhaal, gebaseeerd op de gebroeders Grimm, gegeven. Dit natuurlijk vanuit een theatraal standpunt om het sprookje grappiger en herkenbaarder voor de mens van die tijd te maken. Zo wordt de vader als een dronken houthakker neergezet (wat van oorsprong natuurlijk niet zo was) en de stiefmoeder is in deze versie de echte moeder, die ook aan het einde van de opera terugkeert. Verder voegde A. Wette het zandmannetje toe ( in de 19de eeuw heel populair), waardoor Hans en Grietje de beroemde ‘Avondzegen’ kunnen zingen om uitgerust hun gevaarlijke weg te kunnen vervolgen.
Bijzonder is dat in haar versie niet alleen Hans en Grietje bevrijd worden, maar de gehele mensheid (in dit geval alle kinderen) Het kinderkoor verpakt als koekjes of snoepjes getuigd aan het einde van de opera hiervan:

‘Verlost, bevrijd, voor altijd!
…..
O, raak ons aan,
zodat ik ontwaken kan!
…..
Hé! Wees gedankt, je leven lang!
De hekserij is nu voorbij;
we zingen en springen blij en vrij.
Kom kinderen, geef elkaar de hand,
dan maken we samen een rondedans.
Zing dus en spring,
dans dus en zing,
zodat ons gejuich het woud doordringt,
en het hele woud van vreugde weerklinkt.
……
Heb dank, heb dank!
Lof en dank voor alle pracht
die ons hier toelacht!
Heb dank, heb dank,
jullie leven lang!
…..
Ja, is de nood ten top gestegen,
dan zendt de Here ons zijn zegen!’

(Vertaling van de Duitse opera-tekst, De Nederlandse Opera)