Woord vooraf van het boek ‘Tao, Universeel bewustzijn – Teh, Universeele bewustwording’ van E.J. Welz en C. van Dijk

DOWNLOAD 40 VAN DE 192 BLADZIJDEN (PDF)

Een eigenzinnige Tao Teh King, in 1947 direct uit het Chinees vertaald door E.J. Welz en een al even uitzonderlijke berijming van dat geschrift in de jaren 1933-34 door C. van Dijk komen in deze nieuwe uitgave van Rozekruis Pers bijeen. Beide publicaties zijn al geruime tijd niet meer verkrijgbaar. C. van Dijk las vele van de buitenlandse vertalingen uit die tijd (in het Nederlands bestonden op dat moment alleen vertalingen van Henri Borel uit 1898 en van J.A. Blok uit 1910), maar baseerde zich hoofdzakelijk op een Duitse uitgave, Die Bahn und der Rechte Weg van Alexander Uhlar. In zijn inleiding vertelt de schrijver zelf hoe zijn werk tot stand kwam.

BESTEL: TAO, UNIVERSEEL BEWUSTZIJN – TEH, UNIVERSEELE BEWUSTWORDING

Als een uitwaaierend boeket geven de vierregelige strofen, steeds volgens het rijmschema a b a b of a b b a, de talrijke aspecten weer van de diepgang van de Laozi, zoals de Tao Teh King meestal wordt aangeduid. De enkele recensie die toentertijd verscheen was niet per se positief over deze nieuwlichterij. Men vond het sterk afwijken van het reguliere godsdienstige bevinden van die tijd, en ook het literaire gehalte werd met een opgetrokken wenkbrauw begroet. Vanwege het onwetenschappelijke gehalte van de publicatie namen sinologen het op hun beurt weer niet erg serieus.

Maar decennialang heeft dit werk tot de verbeelding gesproken van ware studenten en liefhebbers van de Laozi. Hen ging het niet om literatuur, godsdienst of wetenschap, maar om een taal die direct tot het hart sprak. En door de jaren heen is juist dat aspect van Van Dijks wijsheid herkend, en gingen zijn inzichten van hand tot hand, al moesten deze liefhebbers zich behelpen met kopieën van de originele uitgave.

Voor de zoekende mens bieden zijn Paraphrasen inderdaad inzicht en verdieping, en ook de moderne lezer zal zeker momenten van schoonheid en troost kunnen ondergaan. Als je het boek voor het eerst ter hand neemt is de taal misschien wat onwennig, maar al na een enkele bladzijde ben je gewend aan de zeg- en schrijfwijze van het Nederlands van voor de Tweede Wereldoorlog. Voor je het weet word je gegrepen door de cadans van het metrum, waarna de strofen hun werk doen en je op lichte wijze van het ene naar het andere inzicht leiden.

Er waren ook positieve recensies. In het onder andere door hem opgerichte tijdschrift De Nieuwe Gids (jaargang 49, 1934) publiceerde Willem Kloos naar aanleiding van het lezen van de Paraphrasen een biografisch essay. Hij schreef:

‘[Lao Tse] is zoomin als eenig ander wijsgeer, niet overal onmiddellijk te begrijpen voor den eersten den besten zich ‘ontwikkeld’ vindenden mensch […]’
Neen, dit boek – het telt slechts 87 bladzijden – moet woord voor woord worden gelezen en over iedere zinspreuk, die men er aantreft, moet dan dikwijls lang en bedaard worden nagedacht, met van alle tijdelijke moderne vooropstellingen volkomen vrijen geest. Doch doet men dit, is men nog in staat dit te doen, geheel en al onbevangen, dus zich volkomen losgemaakt hebbend van alles wat men aangeleerd of zich gewend heeft om te meenen, dàn kan deze lektuur zeer vruchtbaarmakend heeten voor onze eigene vrije Ziel, omdat men er telkens dingen, want gedachten in zal vinden, die misschien wel eens halfbewust ook uit ons eigen bovenbewust te noemene Diepte zijn opgedoken naar onze hersenen, maar dan onmiddellijk weer door ons werden weggezet omdat men ze vond te ‘vreemd’.

[…] Onder de lezing werd ik gewaar: ‘Ja, zóó heb ik ook altijd diepst-inwendig gevoeld, maar het nooit in abstrakte woorden uitgedrukt, omdat mijn innerlijkste natuur mij van kind reeds er toe gedreven heeft, om alleen datgene te zeggen wat haar, dus mijner Ziel volkomen klaar geworden is. En daarom heb ik deze verzameling uittreksels zijner werken, die de heer C. van Dijk hier heeft bijeengebracht, met genoegen gelezen en raad ik iedereen aan er kennis mee te maken.’

De vertaling van E.J. Welz is ‘eigenzinnig’ genoemd, omdat ze de Chinese karakters eerder omschrijft dan een zo precies mogelijke vertaling weer te geven. Hier is ze tegelijk een steun en plaatsbepaling, zodat de lezer meteen weet bij welk vers in de Laozi hij is, als hij de berijming van Van Dijk leest. De Paraphrasen werden in 1934 en 1935 in twee delen gepubliceerd door de Nederlandsche Keurboekerij in Amsterdam, E.J. Welz’ vertaling van de 81 verzen van Lao Zi verscheen in 1947 bij F. Kroonder in Bussum. In deze uitgave verschijnen beide werken opnieuw, met behoud van de originele spelling.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *