Mijn hemel – Willem Beekman op zoek naar sterren en hun verhalen

BESTEL MIJN HEMEL

In de nacht verschijnt boven ons een andere wereld. Duizenden jaren keken mensen omhoog naar de sterrenkoepel en vertelden elkaar verhalen over goden, helden en dieren. Zo ontstonden sterrenbeelden als Orion en de Grote Beer. Dit boek neemt je mee op excursie naar de hemel. Eerst leer je aan de hand van sterrenkaarten en duidelijke beschrijvingen de bekende en minder bekende sterrenbeelden kennen. Hiermee kun je als lezer zelf de weg aan de hemel vinden. Vervolgens is er uitgebreid aandacht voor de sterrenverhalen uit de Griekse, Scandinavische en Egyptische mythologie. Tot slot zijn er verdiepende essays met beschouwingen over het heelal. Daarin lees je ook hoe de nachtelijke hemel kunstenaars door de eeuwen heen heeft geïnspireerd.

Er is voor dit boek geen exacte voorkennis vereist, want de toegankelijk manier van schrijven en verhelderende illustraties nemen je als lezer mee op reis. Gaandeweg voel je je steeds meer thuis in de sterrenkoepel. Een uniek boek voor iedereen met belangstelling voor de wereld om zich heen, die daartoe ook de sterrenhemel rekent.

INLEIDING

De meeste mensen hebben geen ervaring met het kijken naar de hemel en met de sterrenbeelden zijn ze niet vertrouwd. Dat vind ik wonderlijk, want we krijgen toch vaak genoeg de kans om naar boven te kijken. Het is makkelijk, het kost niets en het geeft veel plezier. Toch kijken we bij voorkeur naar de aarde, naar beneden. Vooral naar elkaar en naar beeldschermen. Dat trekt ons zó aan dat we haast vergeten dat er ook nog een hemel bestaat. En die hemel is groot! In feite oneindig, want hij strekt zich naar alle kanten om de aarde uit zonder ooit op te houden. Bijna honderd procent van onze omgeving bestaat uit de wereldruimte en toch gaat onze aandacht uit naar die bijna nul procent vlak om ons heen!

Ik stond eens met een vriend op een uitkijktoren in de Kaapse Bossen bij Doorn. Het was een heldere dag en we konden ver kijken. ‘Hoe ver kun je eigenlijk zien?’ vroeg hij. ‘Schat het eens in kilometers.’ Ik begon naar alle kanten te turen om nog zo ver mogelijk een kerktorentje of hoge boom te kunnen zien. Uiteindelijk schatte ik het op een kilometer of veertig. Mijn vriend keek mij meewarig aan en wees me op de zon aan de hemel. ‘Die staat op 150 miljoen kilometer van ons vandaan en die kunnen we gewoon zien. Dus zo ver kun je zien.’ Zijn boodschap: we denken zo klein, we hebben maar zo’n klein blikveld. Denk toch eens ruim, stap over al die zelf getrokken grenzen heen! Ik heb nadien als coach vaak met cliënten tijdens wandelingen op die toren gestaan en stelde hun dezelfde vraag. Telkens kreeg ik hetzelfde antwoord, variërend van enkele tot enkele tientallen kilometers. Ook zij dachten te klein, te beperkt.

De hemel is daarom zo bevrijdend, omdat we worden uitgenodigd om over alle grenzen heen te stappen en in het oneindige te kijken. Daar waar geen grenzen meer zijn en waar we onbeperkt kunnen dromen. Want als ik dezelfde vraag zou stellen wanneer we naast elkaar staan op een heldere avond om naar de sterren te kijken: ‘Hoe ver kun je eigenlijk zien?’ dan zou je nu met gemak antwoorden: ‘Vele lichtjaren ver tot aan de sterren.’ Want de sterren die wij met ons blote oog kunnen zien staan weliswaar dichtbij de aarde, volgens de sterrenkunde, maar die afstanden zijn wel onvoorstelbaar groot. Tientallen biljoenen (!) kilometers. Gelukkig kunnen we die afstand niet met eigen ogen inschatten en dat is maar goed ook anders zouden we misschien omvallen van duizeligheid.

Stel je voor dat we op een heldere zomeravond (beter nog in de nacht) naar boven kijken op een plek ver buiten de bebouwde kom. Het is er aardedonker en je ziet overal sterren. Grote en kleine, duizenden. Waar moet je beginnen om ze te leren kennen? Er is geen touw aan vast te knopen want ze lijken willekeurig over de hemel verspreid te staan. Soms zie je groepjes, soms zijn er wat lege gebieden. In de volgende afbeelding zie je daar een voorbeeld van. Kijk er eerst eens rustig naar en probeer er sterrenbeelden in te onderscheiden. Er zijn groepjes te zien die wat dichter bij elkaar staan. Ook zijn er meer heldere en wat zwakkere sterretjes te onderscheiden. Misschien herken je een beeld?

Afbeelding 1

Stel dat je de wens hebt om enkele sterrenbeelden te leren kennen en misschien wel allemaal. Mogelijk ken je de Grote Beer. Dan ben je al heel ver, is mijn ervaring. Als je nu alleen zou staan kom je niet veel verder. Je kunt dan de hulp inroepen van een sterrenapp. Daar zijn er nogal wat van en de meeste zijn heel goed. Je richt je mobiele telefoon naar de hemel op de plek die je wilt leren kennen en meteen verschijnen de sterrenbeelden met naam en toenaam. Je kunt ook inzoomen en details lezen over een ster, een bijzonder nevelvlekje of een planeet die juist op dat moment aan de hemel zichtbaar is.

Afbeelding 2

Dat ziet er op het eerste gezicht best willekeurig uit. De verbindingslijntjes hadden anders kunnen lopen en je kunt er ook geheel andere sterrenbeelden van maken. Waarom nu juist deze beelden zijn gekozen is een lastig te beantwoorden vraag, waar ik later iets meer over zal zeggen. Vooralsnog doen we het er maar even mee.

Ondanks het gemak van de sterrenapp ga ik er toch van uit, wederom op basis van ervaring, dat het leuker en gezelliger is om met iemand buiten te staan die je de weg kan wijzen en mooie verhalen weet te vertellen. De meeste van die verhalen komen uit de mythologie, vooral de Griekse.

In de vele sterrenkundeboeken die ik las heb ik vaak iets gemist. Juist op het moment dat de zichtbare sterrenhemel summier was besproken ging het direct daarna over zwarte gaten, ontploffende supernova’s, de Big Bang, de uitdijing van het heelal, donkere materie en nog veel meer. Hoe interessant ik dit ook vind, het voerde mij weg van de eigen ervaring. Daar wilde ik juist wat meer over lezen. Want een zwart gat blijft onzichtbaar, evenals de Big Bang of het uitdijen van de ruimte. Dat is hogeschoolastronomie op basis van uiterst geavanceerde apparaten en zeer ingewikkelde berekeningen.

Dan is er nog een opmerkelijk verschil tussen de populaire sterrenkunde in de media en je eigen ervaringen als je buiten staat te kijken. Je ziet sterren die er altijd zijn, jaar in jaar uit staan ze onveranderlijk op dezelfde plek, er verandert niets. Na vele eeuwen verandert er wel iets, maar niet in ons individuele mensenleven. Vaak stond ik buiten met groepen mensen en dan hoorde ik meestal de volgende woorden: ‘Ooh, wat stil! Wat een oneindige rust gaat hiervan uit. Ik word er helemaal kalm van. Het is hier zo vredig en majesteitelijk. Het voelt zo vertrouwd om te weten dat die sterren er altijd staan. Ik ben even weg van de hectiek van de dag en kom hier op adem. Het gevoel van oneindigheid geeft me een filosofische stemming.’ De beleving van de hemel heeft alles te maken met rust en vrede, met stilte en contemplatie, met het zien van vriendelijke lichtpunten in het serene zwart van de hemelkoepel.

Ik heb het altijd een groot contrast gevonden met de inhoud van de populaire sterrenkunde, met woorden als: ‘Explosies! Allesvernietigende zwarte gaten. Gigantische botsingen laten de ruimte schudden. Uitbarstingen van dodelijke energie en straling. Ineenstortende neutronensterren. Big Bang als de grootste ontploffing ooit’, enzovoort. Hier wordt een wereld getoond die agressief is, explosief en gevaarlijk, vernietigend voor al het leven. Gaat dit wel over dezelfde hemel?

Diezelfde polariteit kwam ook in me op bij het nadenken over de individuele sterren. Ze staan rustig te flikkeren aan de nachthemel, niet groter dan een punt, een dimensieloze stip in tinten wit of blauw of rood. Dat is wat ik zie. Wat ik weet levert een geheel ander beeld op. Daarvoor moet ik al die lichtjaren overbruggen op reis naar een willekeurige ster om bij wijze van spreken ter plekke te ontdekken dat het een kolossale brandende plasmabol is met helse temperaturen veroorzaakt door intense kernfusieprocessen. Een ster blijkt dan een vernietigende wereld te zijn van massaal geweld. Maar het is zo ver weg, dat er van deze ziedende wereld aan onze nachthemel niet meer over blijft dan kwetsbaar licht dat een gevoel van stille vrede oproept.

Ik hoor wel eens iemand zeggen, als ik een (sterren)verhaal uit de mythologie vertel, dat we dit stadium van primitieve verhaaltjes al lang voorbij zijn. We leven immers in moderne tijden vol technologie en dan hoeven we ons niet meer druk te maken om dergelijke fantasieën. Nu zijn we rationeel en laten we ons leiden door de wetenschapsfabels, door feiten en niet door fabels. Aldus deze veelgehoorde opvatting. Het wonderlijke is dat juist in deze tijd de mythologie alom tegenwoordig is in tv-series (Blood of Zeus of Kaos bijvoorbeeld), in computerspellen en in talloze speelfilms.

De behoefte aan mythische beelden is kennelijk groot en dat komt volgens mij omdat we diep van binnen ook een mythologisch bewustzijn hebben. Dat is nooit weg geweest, het is slechts overvleugeld door een dikke laag rationalisme. Krab je die laag weg, dan komen we weer de beeldentaal tegen die we van oudsher bezitten en waar we kennelijk ook naar verlangen. Een mooi voorbeeld is te vinden in de ruimtevaart. De NASA lanceerde in de jaren zestig het maanprogramma onder de naam Apollo, de Griekse god van de zon. Vreemd eigenlijk om de zon te kiezen voor een reis naar de maan. In dit decennium is de naam Artemis (Griekse godin van de maan) gekozen om een nieuwe bemande missie naar onze begeleider te sturen. Ook bij missies naar planeten, kometen en planetoïden (miniplaneetjes) worden voortdurend mythologische namen gebruikt.

We beginnen met de zichtbare hemel en van daaruit gaan we niet verder de (onzichtbare) ruimte in, maar juist terug naar de aarde, naar onze eigen ervaringen en naar de verhalen over de sterrenbeelden die tot de namen hebben geleid die we tot op de dag van vandaag nog gebruiken. Op die manier komen de beelden tot leven. Want de hemel is vooral een beeld waar we naar kijken. Dat werd in vroeger tijden ook wel een imaginatie genoemd, een beeld met een bepaalde zeggingskracht. Met eigen oren kunnen we niks horen aan de hemel, we ruiken, proeven of tasten er niets. We lezen de beelden en maken er verhalen van. Dat is de beweging van de hemel naar de aarde. Toch heb ik een aantal afbeeldingen in dit boek opgenomen die wel degelijk gaan over de wereld ver achter de zichtbare hemel. Dus helemaal consequent ben ik niet en daar heb ik een reden voor.

Je kent wel de adventskalenders met luikjes waarvan je er elke dag eentje open mag doen om te zien welke schat erachter verborgen ligt. Voor mij is de hemel ook zo’n kalender. In de zwarte en onmetelijke ruimte kun je overal een klein luikje openen door met sterke kijkers de schat te ontdekken die erachter ligt. In bijna iedere richting die je kunt kijken ligt iets moois te wachten om ontdekt te worden. Van een aantal van die verschijnselen heb ik tekeningen gemaakt die je in dit boek kunt vinden. Je kunt ze dus niet direct zelf zien, maar ik vind ze te mooi om weg te laten. Overal is er schoonheid en artisticiteit aan de hemel te vinden, van de allergrootste structuren tot de fijnste details. En om die schoonheid gaat het mij. Die ontroert en verbaast me nog dagelijks.

Maar het blijft niet bij verhalen alleen. Ik ga het ook hebben over de bewegingen van sterren aan de hemel in de verschillende seizoenen op verschillende plekken op aarde en over de dierenriem en de betekenis daarvan in de loop der eeuwen.

De bewegingen van de hemel kun je meestal niet zien omdat ze zo langzaam gaan. Je moet soms urenlang buiten blijven kijken om te merken dat de hemel weer een stukje is gedraaid. Als je daar geen geduld voor hebt kun je ook een sterrenapp te hulp roepen en de bewegingen daar versneld laten lopen. Zelf heb ik veel plezier van de Stellarium Plus Mobile app.

Elke avond bestaat uit drie delen: buiten, binnen en verdieping. We beginnen buiten om de hemel te verkennen, betoverd te raken door de schoonheid en daarna volgen binnen de verhalen. Ten slotte vertel ik nog wat meer over de achtergronden in het verdiepingsdeel.

Zo lopen we door de hemel in de verschillende seizoenen en raken we er gaandeweg in thuis. Het is handig om ook een kleine kijkertje mee te nemen, bijvoorbeeld een 7×50 veldkijker. Ik raad je aan je tevoren even te oriënteren op de windstreken, want die staan vaak op de kaartjes genoemd. Alle sterren bewegen van oost naar west en dan is het fijn om te weten waar dat op de horizon ligt. Ik ben je gids en je bent van harte uitgenodigd om mee te gaan. Tot de eerste avond!

OVER DE HEMELKAARTEN

De hemelkaarten heb ik getekend met de bedoeling om zo dicht mogelijk bij de beleving van de nachthemel te blijven. Vaak worden in sterrenkaarten de sterren als een vijfster of zesster afgebeeld. Dat vind ik wat onnatuurlijk en ik heb daarom gekozen voor lichtpunten in verschillende grootte om de helderheidsverschillen tussen de sterren aan te geven. Ik geef je per avond steeds twee kaartjes, een die laat zien wat je waarneemt en een met lijnen en namen van de sterrenbeelden. Zo kun je ook een beetje oefenen door van de ene naar de andere afbeelding te kijken.

Ik tekende een zwarte achtergrond omdat ik die het meest in de buurt vond komen van de nachthemel. Sommige sterren heb ik een kleur gegeven. Als je goed kijkt zie je dat de hemel vol met kleuren zit, want sterren kunnen blauw, wit, geel, rood en groen zijn en alle kleuren ertussenin. De meest opvallende sterren en kleuren heb ik met een tint benaderd, maar die halen het niet bij de echte kleuren. Het blijven tekeningen en dus benaderingen. De werkelijke hemel is veel mooier en indrukwekkender.

LEES OOK OVER ANDERE BOEKEN OVER STERRENKUNDE

INHOUDSOPGAVE

Inleiding
Over de hemelkaarten
Eerste avond – Het berenrijk
Tweede avond – Perseus en het boze oog
Derde avond – Orion en de hemelevenaar
Intermezzo
Vierde avond – Hemelse melk
Vijfde avond – Een band met dieren
Zesde avond – Het meisje met de korenaar
Zevende avond – De gouden ram
Tot slot
Dankwoord
Sternamen
Begrippenlijst
Literatuur

BESTEL MIJN HEMEL

LEES OVER BOEKEN VAN SPREKERS OP HET NATUUR-SYMPOSION